Leegstandsverordening ter voorkoming van onnodige lange leegstand

De meeste gemeenten zien sinds de invoering van de verordening een positieve verandering van de leefbaarheid in die gebieden en verpaupering komt in mindere mate voor en de leegstand is minder zichtbaar aanwezig.

Het waarom van de leegstandsverordening

Steeds meer gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid om een leegstandsverordening in te voeren. Sinds de Wet Kraken en Leegstand in 2010 is ingesteld hebben gemeenten meer handvatten gekregen om actief leegstandbeleid te voeren. Sinds 1 januari 2015 is ook de leegstand van woningen onder de werking van de Leegstandwet gebracht. Een van de instrumenten om actief leegstandbeleid te voeren is het opstellen van een leegstandsverordening. 

Doelstelling en inhoud leegstandsverordening

De verordening heeft als doel om leegstand van gebouwen, anders dan woonruimten (kantoren en bedrijfsruimten) tegen te gaan en bevat drie onderdelen:

  • Eigenaren zijn verplicht de leegstand van bepaalde gebouwen te melden, daarbij gaat het om de meldingsplicht van leegstaande kantoorpanden en winkelruimte. Het nalaten van de meldingsplicht kan resulteren in een bestuurlijke boete of een dwangsom (Lsw artikel 3).
  • Onder regie van de gemeente met de eigenaar en eventuele belanghebbende partijen moet een leegstandoverleg worden ingevoerd . Dit overleg leidt tot een Leegstandbeschikking (Lsw artikel 4).
  • Wanneer het leegstandoverleg niets oplevert heeft de gemeente de verplichtende voordracht om potentiele gebruikers aan de eigenaar voor te stellen. Hiervan kan sprake zijn wanneer het leegstandoverleg niets heeft opgeleverd (Lsw artikel 5). 

Tijdelijke oplossing voor leegstand

Eigenaren kunnen ook kiezen voor tijdelijke bewoning of gebruik van het leegstaande pand. Gebruik van een pand voorkomt verpaupering of vermindert de risico's van leegstand zoals diefstal en vandalisme. Gemeentes juichen dit soort initiatieven juist ook toe omdat de leefbaarheid van de omgeving vaak verbetert als er meer reuring is. 

Evaluatie steden met leegstandverordening

In 2015 heeft RIGO op verzoek van de overheid onderzoek gedaan naar de effecten van de leegstandverordening bij zeven gemeenten (Amsterdam, Nunspeet, Tilburg, Wormerland, Sluis, Sittart-Geleen, en Oldambt). Zij hebben de overeenkomsten en verschillen op een rijtje gezet:

Inzet leegstandsverordening:

  • De leegstandsverordening wordt gebiedsgericht ingezet.
  • De verordening wordt beschouwd als een aanvullend instrument en is dus ingebed in een bredere gemeentelijke aanpak.
  • Leegstand is in beginsel een verantwoordelijkheid van de eigenaar, maar in de beleidspraktijk staat bij deze gemeenten een gedeelde aanpak centraal.
  • In bijna alle gevallen is de VNG-modelverordening als uitgangspunt gebruikt.
  • Het negatieve effect van leegstand op de leefbaarheid en de wens in gesprek te komen en te blijven met eigenaren zijn de belangrijkste overwegingen geweest een verordening op te stellen.
  • Gemeenten willen ermee laten zien dat ze de aanpak van leegstand serieus nemen.  

Resultaten:

  • De meeste gemeenten hebben door de verordening beter inzicht in de leegstandsproblematiek.
  • Voor zover er boetes of dwangsommen zijn opgelegd voor het niet melden van leegstand, zijn die nog niet geïnd als gevolg van nog lopende juridische procedures.
  • Door alle gemeenten met een verordening wordt de uitvoering ervan (het gaat dan vooral om de monitoring van de leegstand en de leegstandgesprekken en in sommige gevallen juridische procedures) ervaren als een intensief traject dat veel vraagt van de ambtelijke capaciteit.
  • De meeste gemeenten zien sinds de invoering van de verordening een positieve verandering van de leefbaarheid in die gebieden.
  • Verpaupering komt in mindere mate voor en de leegstand is minder zichtbaar aanwezig.
  • Er is verschil in de mate waarin gemeenten handhaven; de gemeenten blijken hierin verschillende voorkeuren te hebben, passend bij de lokale opgave en (vooral) aanpak. 

Voor klik hier voor het complete rapport.

 

DesignSwirl Studio