Camelot Nieuwsarchief
Een aantal Amsterdamse krakers heeft een hoger beroep tegen de Nederlandse Staat gewonnen. Het kraakpand van het krakerscollectief Schijnheilig aan de Passeerdersgracht mag voorlopig niet op basis van het strafrecht worden ontruimd. Dat heeft het gerechtshof in Amsterdam dinsdag bepaald. De krakers trokken eerder bij de rechtbank aan het kortste eind.
Volgens het hof moeten ontruimingen op basis van het strafrecht goed en ruim van tevoren worden aangekondigd. Zo krijgen de krakers onder meer voldoende gelegenheid om hun bezittingen weg te halen. Toen de ontruiming van het pand aan de Passeerdersgracht dreigde, was hier volgens het hof echter geen deugdelijke regelgeving over.
Kraken is sinds 1 oktober een strafbaar feit. Het gerechtshof in Den Haag oordeelde eind vorig jaar echter dat in de nieuwe wet een lacune zat: kraakbewoners krijgen geen kans om ontruiming vooraf bij de rechter aan te vechten. Het Openbaar Ministerie (OM) schortte ontruimingen op grond van de strafwet toen op.
Sinds 1 december zijn strafrechtelijke ontruimingen wel weer mogelijk. Op die datum trad een beleidsbrief van het college van procureurs-generaal in werking. Sindsdien worden ontruimingen ruim van te voren aangekondigd, waardoor krakers de tijd hebben om naar de rechter te stappen. Het gerechtshof baseert zich in zijn uitspraak van dinsdag op het beleid van voor 1 december.
Volgens Rahul Uppal, de advocaat van de krakers, blijkt verder uit de uitspraak dat krakers in elk individueel geval de mogelijkheid moeten hebben hun eigen belangen en die van de eigenaar door de rechter tegen elkaar te laten afwegen. De Staat meende tot op heden dat er alleen hoefde te worden gekeken of de kraker wel of niet rechtmatig in het pand verblijft. Volgens het hof moet er echter inhoudelijk worden getoetst of de eigenaar voldoende concrete plannen heeft met zijn pand, stelt de raadsman. Hij noemde de uitspraak ‘een overwinning voor de kraakwereld'
Vastgoedadvocaat Anique Kemp van het Amsterdamse advocatenkantoor Boekel De Nerée is het daar niet mee eens. Zij wijst er echter op dat de Utrechtse voorzieningenrechter in de uitspraak juist overweegt dat er naar vaste rechtspraak voldoende rechtsbescherming aan krakers wordt geboden wanneer een voorzieningenrechter in een civielrechtelijke procedure een uitspraak heeft kunnen doen over de rechtmatigheid van de (strafrechtelijke) ontruiming.
Het huidige beleid van het OM biedt hiervoor in beginsel voldoende ruimte nu ontruimingen in de regel minimaal een week van tevoren schriftelijk worden aangekondigd, meent Kemp. De ontruiming in Utrecht strandde dan ook om een andere reden: de officier van justitie heeft volgens de voorzieningenrechter nagelaten om een gedegen feitenonderzoek te doen naar de (on)rechtmatigheid van het verblijf in het pand door de krakers.
Kemp wijst er daarbij op dat de voorzieningenrechter in Assen in een recente uitspraak in een soortgelijke zaak expliciet overweegt dat het door het OM gevoerde beleid de lacune in de wetgeving voldoende opheft ‘nu door de inwerkingtreding van het beleid van het Openbaar Ministerie de ontruiming op een zodanige termijn wordt aangekondigd, dat er voldoende gelegenheid is om een kort geding aanhangig te maken.'
Kemp komt dan ook tot de conclusie dat het huidige beleid van het OM ten aanzien van kraken volgens de lagere rechtspraak niet op losse schroeven staat, maar juist als reparatie voor de leemte in de wetgeving lijkt te worden aanvaard.
Terug


